Willem van Lit schrijft voor een kleine kring lezers,
maar niet exclusief voor intimi. Dat deed hij eerder ook met drie intrigerende
boeken over de Nederlands-Caribische eilanden. Hij heeft de luxe exclusief te
publiceren op eigen krediet. U behoort tot die kleine kring en u overweegt bij
het lezen van deze regels een bundel poëzie, aforismen en opstellen over poëzie
aan te schaffen, die hij in de laatste twaalf jaar heeft geschreven. Poëzie is
absolute taal, waarmee je direct de verwondering peilt; het is de sereniteit
van de onverwachte beweging. Dat ervaar je zonder dat je daaraan toe hoeft te
geven.
zondag 10 augustus 2014
zaterdag 8 december 2012
Ontboezemingen uit de Kraalzee
Jeroen Heuvel schreef op donderdag 29 november 2012 in het Antilliaans Dagblad een artikel en beschouwing over mijn boek: "Atlantisch rendez-vous, verhalen uit de Kraalzee". Dit stuk is eveneens verschenen bij het weblog Caribisch Uitzicht.
http://caraibischeletteren.blogspot.be/2012/11/ontboezemingen-en-overpeinzingen-uit-de.html#comment-form
Ontboezemingen en overpeinzingen uit de Kraalzee
door Jeroen Heuvel
![]() |
| Willem van Lit |
Een bundel afleveringen uit het weekboek
van Willem van Lit, vaak afgesloten met een recente evaluatie, gelardeerd met
gedichten en foto’s van zijn hand, dat is zijn boek Atlantisch rendez-vous.
Een keer per week zette hij zich tussen juni 2003 en juli 2006 tot het
neerschrijven van een thema dat hem op Curaçao of tijdens een van zijn reizen
naar een ander eiland of het vasteland heeft gefascineerd. In de ondertitel van
zijn boek heten het Verhalen uit de Kraalzee, maar ik noem het liever
ontboezemingen en overpeinzingen. Ontstaan uit zijn interesse als Nederlander
voor Curaçao, waar hij vijf jaar heeft gewoond. Van beroep is hij arbeids- en
organisatiedeskundige. Het onderhavige boek is gepubliceerd in 2010, een jaar
nadat zijn boek De Caribische eilanden: het alternatief, waarin hij een
mogelijke sociale ontwikkeling heeft geschetst voor Curaçao, is verschenen.
Je kunt daar verschillend op reageren. Wat
aanmatigend dat iemand denkt het beter te weten; of wat leerzaam, die andere
kijk erop. Feit is dat –zover ik heb kunnen achterhalen – niemand hem erom
heeft gevraagd. Waarom geeft iemand – is Van Lit buitenstaander, of is hij geen
buitenstaander – dan toch advies? Schrijft hij voor zichzelf, om meer grip op
de omgeving te krijgen? “Af en toe blader ik terug in de bundel afleveringen
van mijn weekboek en soms heb ik het gevoel dat het niet méér is dan een brei
van woorden over onafgemaakte gedachten, hooguit lezenswaardig voor een enkele
zonderling. Ik heb steeds gezegd dat ik met dit weekboek wil bekijken of ik kan
snappen waar het om gaat in deze hoek van de wereld.” (pp 64 – 65) Maar dit is
te bescheiden. De man houdt niet alleen van schrijven, hij kan het ook, heeft
er gevoel voor. Kijk maar naar de volgende delen uit het gedicht op p 260:
Bekentenis
De ochtend maakt me oud.
Ik strik de labels aan het ongemak;
de hanen kraaien. Bij elke nieuwe dag
bedenk ik hoeveel ik heb te gaan;
tel.
Iemand noemt mijn naam; ik schrik en
ik beken dat ik getekend ben
naar het verblijf,
hier
in dit land, waar ik maar niet genoeg van
krijg.
Van Lit beschrijft hoe hij in de ochtend,
als hij gaat zitten schrijven, zich oud voelt. Hij kan niet meer mee met de
tijd, voelt zich ongemakkelijk omdat hij geen invloed meer kan uitoefenen op
zijn omgeving. Hem rest niets dan het beschrijven van dit ongemak. Elke ochtend
denkt hij eraan hoeveel hij nog moet doen om het land, de mensen, de wereld te
redden, te verlossen. Hij geeft toe dat hij vast zit (geketend versus getekend)
aan dit Curaçao, dat hem in haar greep heeft. Aan het eind van het gedicht
staat:
Later,
als het donker wordt, de nacht die
zinnespeelt op rust.
Ik hoef alleen de lijnen maar te trekken
over het schijnsel dat voor mij
is uitgesneden op dit blad en
luister!
Uit de regen die nu valt, hoor ik de
oorsprong.
De schrijver hoeft alleen maar verbanden
te leggen en op die manier zin te geven. Verbanden tussen wat hij ziet
onderling en wat hij hoort. Als mens kan hij het ontstaan vernemen in een
regenbui.
![]() |
| Cinelandia Curaçao. Foto: @ Dushi Photos |
In een ander gedicht – Genesis (p 88) – verwoordt
hij het doel van zijn zijn zo:
Alsof ik iemand antwoord wilde geven
op een vraag die nooit gesteld,
waarop ik echter zelf nog wel wat
wilde zeggen, steeds maar zeggen.
[…]
Dit is het verband van het vermogen
waarbij ik enkel zat en keek
[…]
Nu schrijf ik maar betekenis terwijl ik raad
op een vraag die nooit gesteld,
waarop ik echter zelf nog wel wat
wilde zeggen, steeds maar zeggen.
[…]
Dit is het verband van het vermogen
waarbij ik enkel zat en keek
[…]
Nu schrijf ik maar betekenis terwijl ik raad
Het lot van de mens is verbanden leggen,
duiden. In de inleiding schrijft Van Lit weliswaar dat hij observeert en
probeert zichzelf te onthouden van een opvatting over de dingen die hij zag
gebeuren, maar op pagina 284 geeft hij toe dat hij niet meningloos is. “Ik ben
de verpersoonlijking van een opvatting (…)”. Hij heeft immers voortdurend een
gedachte, een opvatting over wat zijn hersens via zijn zintuigen grijpen. De keuze
van zijn thema’s verraadt al een opvatting, elke interesse is al uiting van de
wil ergens op in te gaan. “Tegelijkertijd weet ik dat ik niet de maatstaf kan
zijn voor de ontwikkeling van de identiteit van deze samenleving.”
Van Lit is zich ook drommels goed bewust
van zijn motieven voor het schrijven. Allereerst beleeft hij er plezier aan.
“Mensen houden ervan geschiedenissen te vertellen met opsmuk en in enkele
gevallen groeien die uit tot ware mythen. Op deze manier nam ik deel aan de
cultuur van dit gebied.(…) Natuurlijk is de verhouding met de omgeving waar ik
vandaan kwam ook van belang. Hoe past iemand met een Nederlandse kijk en
instelling op zo’n eiland? (…) Zonder ontmoetingen is er geen menselijke ontwikkeling
nodig; je leeft bij de gratie van die andere zwaartekrachtvelden. Soms groeien
daar nieuwe vriendschappen uit.”
Ook al pretendeert de auteur oplossingen
voor de obstakels in het land te hebben, toch klinkt hij niet pretentieus.
Eerder kwetsbaar en bescheiden. Alsof hij zich voor zijn waarnemingen
verontschuldigt. Dat maakt zijn teksten eerlijk, zijn intentie transparant. Dat
maakt dat je naar hem, ondanks zijn vooroordelen, blijft luisteren, dat je zijn
leesvriend wordt. Hij zegt het allemaal niet om mij, lezer, luisteraar, zijn
mening op te dringen. Je hoeft het ook niet met hem eens te zijn, je kunt
doorlezen, je bent in het gezelschap van iemand die aandacht aan zijn
taalgebruik besteedt en oprecht in zijn verwondering is. “Ik realiseerde me
achteraf dat ik met dit weekboek de geschiedschrijving van mijn eigen
verwachting beoefende.” (p 15)
“Ook in dit weekboek moet ik vertellen van de
dingen die er ogenschijnlijk niet toe doen. De dagelijkse gang is doorgaans
saai en mist het baren van groots opzien. Toch is het allemaal wel van belang
voor de reproductie van de eigen energie en het herstel van het vermogen voor
onderhoud van hetgeen je wel belangrijk vindt.” (p 185) Het gaat niet altijd om
grote thema’s, maar Willem van Lit denkt interessant en heeft altijd iets
interessants te melden. Wellicht ook in zijn
derde boek waar hij momenteel aan werkt: Cariben, laten we het onmogelijke
vragen.
Willem van Lit, Atlantisch rendez-vous,
verhalen uit de Kraalzee. 2010, uitgave in eigen beheer, productie: Free
Musketeers. ISBN 978-90-484-1268-6
Zie verder: www.freemusketeers.nl
p.s.
Willem van Lit is een van de
initiatiefnemers van Bedrijvenplatform Milieu (BPM) op Curaçao, samen met Karel Tujeehut
die nu voorzitter is, Tim van den Brink van Ecovision, Ottie Martina (net als
Tujeehut van Aqualectra) en John Amarica (Selikor). Momenteel zijn er 43
bedrijven aangesloten bij BPM dat op zijn beurt lid is van de wereldberoemde en
invloedrijke World Business Council for Sustainable Development (WBCSD). Ze
werken samen aan een duurzame ontwikkeling van het eiland. BPM viert in
november haar eerste lustrum.
zondag 1 juli 2012
Smokkelwaar
(in acht kwatrijnen)
Ik laat me graag een keer door jou fouilleren
en zoeken op het lijf en in mijn kleren
naar contrabande die je niet passeren laat.
Ik zal me bij gelegenheid ook niet verweren.
Je denkt dat ik hier weg ga en je wil ontlopen,
ik spullen van je heb die ik dan ga verkopen.
Je zegt, je wil me onderzoeken aan den lijve.
Tast toe want ik blijf stil en stel me voor je
open.
Ik sta gereed; je kunt erbij, ik laat me
visiteren.
Eens kijken wat je vindt, dan kan ik reageren.
Misschien heb ik nog wat vergeten aardigheden
die jij bij mij vergaart, verbruikt en gaat
verteren.
Je mag mijn armen spreiden, handen recht naar
voren,
een muur als steun, mijn evenwicht dan schier
verloren,
de vingers ver uiteen, de voeten staan wat
wankel
uit elkaar geplaatst, je stem heel dringend in
mijn oren.
Oké, kom staan, ik wil dan nu hier bovenaan
beginnen,
je kraag, de buitenkant en zo ook nog naar
binnen,
even voelen of ik in de randen soms iets raars
kan vinden.
Heb je ’t soms verborgen op een plek die ik niet
kan verzinnen?
Armen hoog; ik ga vanaf je schouders naar
beneden,
de oksels, langs je borst, maar geen
handtastelijkheden.
Je rug dan nog, je heupen langs je benen naar
je voeten
Wat voel ik hier? Ha, toch nog wél wat
ongerechtigheden!
Of wacht … het zijn bevalligheden die je aan
mijn ogen
hebt onttrokken; dat heb je dan heel knap weloverwogen
en gedurfd gedaan opdat mijn handen het
ontdekken zouden,
expres, vooropgezet; dat zie ik aan je dwaze
twinkelogen.
Je wilde me verlokken met suggesties en met
grappen,
dat ik je zou verbieden weg te gaan en op te
stappen.
Ik moest je wel betasten op intieme zaken en op
delen,
het is met veel plezier gedaan: dat ik je kon
betrappen.
maandag 14 mei 2012
HET CARIBISCH GEBIED: MYTHEN VAN SCHOONHEID EN SCHAAMTE
Lezing Willem Van Lit
op woensdag 27 maart in het raadhuis te Lommel
Een fascinerend verhaal in een oogverblindend decor
“Welkom in de Cariben, schat”, roept kapitein Jack Sparrow in de film The Pirates of the Caribbean tegen Elisabeth Swann. Het klinkt scherp en uitdagend, maar het is verre van geruststellend. Het Caribische gebied heeft sinds Columbus een bijna bovenzinnelijke bezetenheid ontlokt aan Europese ontdekkers, veroveraars, waaghalzen en handelaars van allerlei allooi. Velen zochten er Eldorado, de Gouden Man. Deze Europese veroveringsdrang heeft in een sfeer van extase voor veel andere volkeren een heel ingrijpend effect gehad: Caribische volkeren (door Europeanen steevast foutief aangeduid als indianen) kwamen op en over de rand van vernietiging. Deze mix van pioniers, onderdrukking en geweld heeft geleid tot een fascinerend verhaal in een oogverblindend decor: een sprankelende zee, dromerige stranden en weelderigheid van fauna en flora.
Willem van Lit brengt dit relaas van bezetenheid, ellende en pure schoonheid, dat tot op heden nog steeds zichtbaar en voelbaar is. Hij voert u mee in de magie van verhalen, mythen en verleiding. Willem, die zelf vijf jaar op een Caribisch eiland woonde en werkte, heeft zijn ervaringen met het gebied en de mensen vastgelegd in twee boeken. Momenteel werkt hij aan zijn derde boek Cariben, laten we het onmogelijke vragen, dat hij tijdens deze lezing voor het eerst presenteert.
i.s.m. Openbare Bibliotheek
donderdag 10 mei 2012
Kwatrijnen 1 t/m 9
En als hij nu terugkomt, wat moet ik hem dan vragen,
hoe kan ik onder drang de dreiging in zijn blik verdragen,
de mensen spreken van zijn komst, en zijn dat dan geruchten,
of maak ik mij gereed voor hem, zijn vuur en donderslagen?
..........
Het is technisch weer en nodig tijd voor onderhoud.
We harken zuchtend bladeren en we zagen kachelhout.
We moeten wel; het leven is een lastig tijdverdrijf.
We maken werk van het bestaan en worden vegend oud.
..........
Het zoete
leven
Zou kunnen
spreken van een zwermend speels bestaan
een
aangenaam en luchtig treffend zoet vermaak
gedrenkt,
gedoopt, genopt en straal ontdaan.
..........
..........
Hij schrijft
zichzelf in klad gewrocht en voor de vuist
en
spatelspat verwachting weg als koude pap.
betrapt het
goed begrip geformuleerd als ginnegap
..........
Voortgang
De worm van tijd verteert gestaag in mij
gewelven voor de ruimte van de waan.
Zo groeit de eigenliefde in de holte aan:
delirium zonder grenzen, nijd als razernij.
gewelven voor de ruimte van de waan.
Zo groeit de eigenliefde in de holte aan:
delirium zonder grenzen, nijd als razernij.
..........
Speurt over
alle hoogtepunten heen
de rust die
wacht en pakt dan weer meteen
de snelheid
na het schielijk dalen voor
de aanloop
helling óp zoals voorheen.
..........
Gegist bestek
Logt de woorden op hun snelle vaart,
en laat zich naar momenten drijven
helder, uitgepikt en onvervaard.
..........
Schrijft in
zijn momentopnames
geen
wervende reclames
maar beduidt
de flukse gang
van knap
charmante dames.
............
Lotgevallen
Lotgevallen
Trekt
parmantig de registers open
oliet de
transmissie, poetst de knopen
let op
kieren en verjaagt de roeken
gaat
bevallig in de lommer lopen.
..........
donderdag 15 december 2011
Zulke momenten
Maak mijn weg
omslachtig,
schrijf met
inkt die onuitwisbaar
blijft in
ronde halen om de
vaste punten
van de geest.
Laat me
cirkelen op de losse
trage toeloop
van de beelden.
Daar kan ik
dan verblijven,
wachten en de
grip herstellen
op gestalten
die passeren.
Ik rek me uit
om onverhoeds
mijn slag te
slaan en dan te
struikelen in
de dwaze drang
betekenis te
krijgen.
Daar komen
pluimen stoom
die spelen
met verstomd verschiet,
die klare
lucht verdrijven,
ruimte die ik
adem als ik
schrijven
moet terwijl ik
willoos om de
as van
smalle regels
wentel die
me vlokkend verder
dragen.
Op de richels
van ontzetting
staar ik naar
de diepte die me vangt.
Ik draai me
om, verberg me
achter nieuwe
zuilen
met het
uitgekiende speelgoed
dat me zacht
en teder stemt.
Mijn handen
dragen licht en
droog de taal
waarin begrippen
in contouren
zijn bewaard.
Zo, stel me
maar breedvoerig in
om alle
troebelingen te
verstrooien,
haast die voor
me loopt te laten
slinken
in een waas.
Ik schuifel
langs de komma’s,
gebruik ze
als een honk
markeer mijn
omslag waar
ik telkens talloos
ben gemaakt en
in
verlegenheid gebracht, maar
waar ik aan
voorbij kan zwieren.
Verslijt mijn
waarde,
wees
omslachtig.
Het rommelt
ongedurig
omdat ik
onvoldoende dartel,
durf
beducht,
bedrukt,
jaloers
om de details,
de
schoonheid, die ontwerpt.
(251011)
zaterdag 22 oktober 2011
Herfstmaand

September:
rag.
Maand voor het
vilein entree van
het verval dat in
de trage ricochet
van equinox, bevend
treuzeldwaallichtevenwicht,
moeizaam naar
het draaipunt van
de winter zoekt.
In het bladerdek
verschijnt het mozaïek
en panorama
waarop betekenis
verstrijkt, verstilt
een laffe massa ongeduld
die wervelt in zijn kleuren
maar ter aarde zal.
En elke ochtend
is de zon
nog meer ontveld,
schraal beneveld
en nijpt hij
met vermoeidheid
zienderogen het seizoen
tot lijdzaam waken.
We krijgen ongemerkt
weer nieuwe vachten,
rusten op het bont
van tegenzin.
Vanmiddag haalden we
de eerste noten uit hun bolster.
Met gemak.
Abonneren op:
Posts (Atom)



