donderdag 14 augustus 2014

"Cariben laten we het onmogelijke vragen" in De Ware Tijd Literair









Zaterdag 16 augustus 2014 zal Els Moor in De Ware Tijd Literair een bespreking wijden aan mijn boek "Cariben laten we het onmogelijke vragen"

Hebzucht en arrogantie tegenover woede en schaamte

Overal in de wereld vinden we hebzucht en arrogantie van mensen met geld en macht tegenover woede en schaamte van de minder bedeelden die, met name in landen waar slavernij een rol gespeeld heeft, vaak verstoorde relaties hebben met bazen en andere hoger geplaatsten. De Nederlander Willem van Lit heeft op Curaçao gewoond en gewerkt, eerst als marineofficier en later als organisatieadviseur. Hij houdt van de schoonheid van de natuur op de Nederlandse Antillen en is anderzijds geschokt door de vele verstoorde relaties tussen witte en zwarte mensen, tussen hen die zich Nederlander voelen en die zich beschouwen als Curaçaoënaar, tussen leidinggevenden - vooral ook politici - en hun ondergeschikten.

De conflicten op Curaçao laaien nu weer op, nu de moord op de links populistische politicus Helmin Wiels van 20 mei 2013 weer volop in de actualiteit staat in verband met de schuldvraag. In september 2012 werd de toenmalige regering afgezet. Deze en andere zaken komen voort uit ‘onbehagen’, een begrip dat centraal staat in het boek ‘Cariben, laten we het onmogelijke vragen’ dat Van Lit schreef en in eigen beheer uitgaf in 2013. Het is zijn derde boek over de Nederlands-Antilliaanse situatie. In het laatste hoofdstuk, ‘Verdraagzaamheid, een programma voor vrijheid’, werkt hij toe naar tolerantie en van daaruit naar vrijheid. Daarmee zou de barrière van schuld en schaamte doorbroken kunnen worden.

Om antwoorden te krijgen op zijn vragen over de situatie in de Cariben, maakt Van Lit grote wereldreizen in de wetenschap, filosofie en literatuur. Dat is goed: de kleine eilanden met dito bevolking maken deel uit van de wereld. Wat daar gebeurt, gebeurt in de hele wereld sinds bij de verschillende volken het kapitalisme opkwam. Kijken we naar de geschiedenis van de Cariben (ook Suriname): vanaf de ontdekking van de nieuwe wereld in 1492 kwamen Europeanen ernaartoe met geen ander belang dan rijk worden, over de ruggen van de inheemse volken en niet veel later begon de slavernij die grote gevolgen heeft achtergelaten, ook in de verhouding tussen ‘witten’ en ‘zwarten’. Drie belangrijke oorzaken van de huidige stagnatie van een goede sociale ontwikkeling, noemt Van Lit: armoede, verwaarlozing van de jeugd en gebrek aan goed functioneel leiderschap. Ook hier in Suriname is er nog veel armoede (vaak ook verborgen, schaamte!), men begint gelukkig bewuster te werken tegen de verwaarlozing van de jeugd, maar politiek leiderschap??? Het is erg jammer dat Van Lit Suriname nauwelijks in zijn betoog betrekt, terwijl veel van de thematiek ook hier geldt en er anderzijds vanwege onze onafhankelijkheid ook andere ontwikkelingen zijn.

Hebzucht en arrogantie enerzijds, woede en schaamte anderzijds, zijn kernbegrippen in het boek. Graag had ik gezien dat ook ‘angst’ een duidelijker functie had in het betoog. Hier in ieder geval geldt dat meer dan ‘schaamte’. Het niet openlijk durven praten over zaken die ‘onbehagen’ verwekken, waardoor leidinggevenden hun valse voorkeuren, hun bevoordelen van aanhangers en familie, enzovoort, kunnen doorzetten. Ik denk dat angst de lading beter dekt dan schaamte, waarschijnlijk ook op de eilanden.

Willem van Lit grijpt in zijn betoog terug op veel grote figuren in de filosofie, de wetenschap en de literatuur, het zijn er meer dan honderd, en van sommigen meerdere werken. Hij gaat van de Griekse filosofen Aristoteles en Plato uit. Een mooi betoog van Plato is hoe de goden levende wezens hadden gemaakt en Prometheus en Epimetheus door oppergod Zeus werden aangewezen om mensen en dieren te voorzien van middelen en technieken om te overleven. Dieren kregen hoeven, klauwen, snelheid en nog veel meer, maar de mens werd overgeslagen. Hij moet zichzelf kunnen redden! Ook bij de humanist Erasmus komt hij terecht met diens ‘Lof der zotheid’ uit het begin van de zestiende eeuw, waarin benadrukt wordt dat de mens moet vertrouwen op eigen ratio voor het maken van keuzes en ironie ook een rol gaat spelen. Ook veel moderne filosofen komen aan bod met hun meningen over beschaving, onbehagen, spot en ook zelfspot. Dat laatste is een bezwaar van het boek. Er wordt te veel aan de orde gesteld op het gebied van filosofie, wetenschappen en literatuur. En Van Lit springt ook van de hak op de tak, waardoor het vaak moeilijk is om een lijn vast te houden en de lezer verdwaalt in de chaos. Zijn stijl is vaak ingewikkeld, met veel moeilijke begrippen. Het is goed om de problemen van kleine samenlevingen in de context van de grote wereld en zijn geschiedenis te plaatsen, maar doe het zo dat het steeds weer een helder licht werpt op de thematiek van het gehele betoog. Sympathiek is het dat Van Lit dit zelf ook ziet. Er is zoooveeel materiaal, je hoort hem bijna zuchten: ‘Hoe moet ik dat ordenen?’

Zijn verwijzingen naar Caraïbische schrijvers zoals Boeli van Leeuwen en Aart Broek en theoretici zoals Wim Rutgers en Michiel van Kempen zijn wel helder. Van Kempen noemt ook Albert Helman en Cola Debrot. Helman die laat zien hoe liefdeloos het kolonialisme in Suriname was en hoe dat land met enige goede wil een paradijs kon zijn, en Debrot die zijn droefheid uitte in zijn werk vanwege zijn zich ontheemd voelen.

Er is dus veel interessants te vinden in ‘Cariben, laten we het onmogelijke vragen’, maar het is duidelijk dat de auteur nog erg op zichzelf gericht was in verband met de materie bij het schrijven en niet lezersgericht. Nu is het een boek dat interessant kan zijn voor wetenschappers die op ideeën willen komen. Zoekers dus. Maar dit onderwerp zou voor een gewoon lezerspubliek moeten zijn, die de problemen van hun omgeving herkennen en aangezet worden tot nadenken over hoe er verbetering kan komen. Van Lit heeft het boek in eigen beheer uitgegeven, hoogstwaarschijnlijk zonder een meelezende redacteur. Dat merk je aan de zinsbouw en woordkeus, en de fouten in de taal. De stof is van groot belang. Goed is het dat er aandacht besteed wordt aan de veel positievere ontwikkeling op de Franse Antillen van ‘Négritude naar Antilianité naar Creolité, waardoor de samenlevingen daar veel hechter zijn. En jammer dat Suriname zo weinig aan de orde komt. Misschien een tweede druk, meer gericht op de lezer?

[- Els Moor]

Willem van Lit: ‘Cariben, laten we het onmogelijke vragen’, uitgave in eigen beheer, 2013 ISBN 9789048428335

zondag 10 augustus 2014

In oktober 2014 verschijnt de nieuwe bundel "De nacht is een atelier". Hierin zijn gedichten, aforismen en opstellen over poëzie opgenomen. De flaptekst:



Willem van Lit schrijft voor een kleine kring lezers, maar niet exclusief voor intimi. Dat deed hij eerder ook met drie intrigerende boeken over de Nederlands-Caribische eilanden. Hij heeft de luxe exclusief te publiceren op eigen krediet. U behoort tot die kleine kring en u overweegt bij het lezen van deze regels een bundel poëzie, aforismen en opstellen over poëzie aan te schaffen, die hij in de laatste twaalf jaar heeft geschreven. Poëzie is absolute taal, waarmee je direct de verwondering peilt; het is de sereniteit van de onverwachte beweging. Dat ervaar je zonder dat je daaraan toe hoeft te geven.




zaterdag 8 december 2012

Ontboezemingen uit de Kraalzee

Jeroen Heuvel schreef op donderdag 29 november 2012 in het Antilliaans Dagblad een artikel en beschouwing over mijn boek: "Atlantisch rendez-vous, verhalen uit de Kraalzee". Dit stuk is eveneens verschenen bij het weblog Caribisch Uitzicht.


http://caraibischeletteren.blogspot.be/2012/11/ontboezemingen-en-overpeinzingen-uit-de.html#comment-form

Ontboezemingen en overpeinzingen uit de Kraalzee

door Jeroen Heuvel
Willem van Lit

Een bundel afleveringen uit het weekboek van Willem van Lit, vaak afgesloten met een recente evaluatie, gelardeerd met gedichten en foto’s van zijn hand, dat is zijn boek Atlantisch rendez-vous. Een keer per week zette hij zich tussen juni 2003 en juli 2006 tot het neerschrijven van een thema dat hem op Curaçao of tijdens een van zijn reizen naar een ander eiland of het vasteland heeft gefascineerd. In de ondertitel van zijn boek heten het Verhalen uit de Kraalzee, maar ik noem het liever ontboezemingen en overpeinzingen. Ontstaan uit zijn interesse als Nederlander voor Curaçao, waar hij vijf jaar heeft gewoond. Van beroep is hij arbeids- en organisatiedeskundige. Het onderhavige boek is gepubliceerd in 2010, een jaar nadat zijn boek De Caribische eilanden: het alternatief, waarin hij een mogelijke sociale ontwikkeling heeft geschetst voor Curaçao, is verschenen.
Je kunt daar verschillend op reageren. Wat aanmatigend dat iemand denkt het beter te weten; of wat leerzaam, die andere kijk erop. Feit is dat –zover ik heb kunnen achterhalen – niemand hem erom heeft gevraagd. Waarom geeft iemand – is Van Lit buitenstaander, of is hij geen buitenstaander – dan toch advies? Schrijft hij voor zichzelf, om meer grip op de omgeving te krijgen? “Af en toe blader ik terug in de bundel afleveringen van mijn weekboek en soms heb ik het gevoel dat het niet méér is dan een brei van woorden over onafgemaakte gedachten, hooguit lezenswaardig voor een enkele zonderling. Ik heb steeds gezegd dat ik met dit weekboek wil bekijken of ik kan snappen waar het om gaat in deze hoek van de wereld.” (pp 64 – 65) Maar dit is te bescheiden. De man houdt niet alleen van schrijven, hij kan het ook, heeft er gevoel voor. Kijk maar naar de volgende delen uit het gedicht op p 260:
Bekentenis
De ochtend maakt me oud.
Ik strik de labels aan het ongemak;
de hanen kraaien. Bij elke nieuwe dag
bedenk ik hoeveel ik heb te gaan;
tel.
Iemand noemt mijn naam; ik schrik en
ik beken dat ik getekend ben
naar het verblijf,
hier
in dit land, waar ik maar niet genoeg van krijg.
Van Lit beschrijft hoe hij in de ochtend, als hij gaat zitten schrijven, zich oud voelt. Hij kan niet meer mee met de tijd, voelt zich ongemakkelijk omdat hij geen invloed meer kan uitoefenen op zijn omgeving. Hem rest niets dan het beschrijven van dit ongemak. Elke ochtend denkt hij eraan hoeveel hij nog moet doen om het land, de mensen, de wereld te redden, te verlossen. Hij geeft toe dat hij vast zit (geketend versus getekend) aan dit Curaçao, dat hem in haar greep heeft. Aan het eind van het gedicht staat:
Later,
als het donker wordt, de nacht die zinnespeelt op rust.
Ik hoef alleen de lijnen maar te trekken
over het schijnsel dat voor mij
is uitgesneden op dit blad en
luister!
Uit de regen die nu valt, hoor ik de oorsprong.
De schrijver hoeft alleen maar verbanden te leggen en op die manier zin te geven. Verbanden tussen wat hij ziet onderling en wat hij hoort. Als mens kan hij het ontstaan vernemen in een regenbui.

Cinelandia Curaçao. Foto: @ Dushi Photos

In een ander gedicht – Genesis (p 88) – verwoordt hij het doel van zijn zijn zo:
Alsof ik iemand antwoord wilde geven
op een vraag die nooit gesteld,
waarop ik echter zelf nog wel wat 
wilde zeggen, steeds maar zeggen.
[…]
Dit is het verband van het vermogen
waarbij ik enkel zat en keek
[…] 
Nu schrijf ik maar betekenis terwijl ik raad
Het lot van de mens is verbanden leggen, duiden. In de inleiding schrijft Van Lit weliswaar dat hij observeert en probeert zichzelf te onthouden van een opvatting over de dingen die hij zag gebeuren, maar op pagina 284 geeft hij toe dat hij niet meningloos is. “Ik ben de verpersoonlijking van een opvatting (…)”. Hij heeft immers voortdurend een gedachte, een opvatting over wat zijn hersens via zijn zintuigen grijpen. De keuze van zijn thema’s verraadt al een opvatting, elke interesse is al uiting van de wil ergens op in te gaan. “Tegelijkertijd weet ik dat ik niet de maatstaf kan zijn voor de ontwikkeling van de identiteit van deze samenleving.”
Van Lit is zich ook drommels goed bewust van zijn motieven voor het schrijven. Allereerst beleeft hij er plezier aan. “Mensen houden ervan geschiedenissen te vertellen met opsmuk en in enkele gevallen groeien die uit tot ware mythen. Op deze manier nam ik deel aan de cultuur van dit gebied.(…) Natuurlijk is de verhouding met de omgeving waar ik vandaan kwam ook van belang. Hoe past iemand met een Nederlandse kijk en instelling op zo’n eiland? (…) Zonder ontmoetingen is er geen menselijke ontwikkeling nodig; je leeft bij de gratie van die andere zwaartekrachtvelden. Soms groeien daar nieuwe vriendschappen uit.”
Ook al pretendeert de auteur oplossingen voor de obstakels in het land te hebben, toch klinkt hij niet pretentieus. Eerder kwetsbaar en bescheiden. Alsof hij zich voor zijn waarnemingen verontschuldigt. Dat maakt zijn teksten eerlijk, zijn intentie transparant. Dat maakt dat je naar hem, ondanks zijn vooroordelen, blijft luisteren, dat je zijn leesvriend wordt. Hij zegt het allemaal niet om mij, lezer, luisteraar, zijn mening op te dringen. Je hoeft het ook niet met hem eens te zijn, je kunt doorlezen, je bent in het gezelschap van iemand die aandacht aan zijn taalgebruik besteedt en oprecht in zijn verwondering is. “Ik realiseerde me achteraf dat ik met dit weekboek de geschiedschrijving van mijn eigen verwachting beoefende.” (p 15)

“Ook in dit weekboek moet ik vertellen van de dingen die er ogenschijnlijk niet toe doen. De dagelijkse gang is doorgaans saai en mist het baren van groots opzien. Toch is het allemaal wel van belang voor de reproductie van de eigen energie en het herstel van het vermogen voor onderhoud van hetgeen je wel belangrijk vindt.” (p 185) Het gaat niet altijd om grote thema’s, maar Willem van Lit denkt interessant en heeft altijd iets interessants te melden. Wellicht ook in zijn derde boek waar hij momenteel aan werkt: Cariben, laten we het onmogelijke vragen.
Willem van Lit, Atlantisch rendez-vous, verhalen uit de Kraalzee. 2010, uitgave in eigen beheer, productie: Free Musketeers. ISBN 978-90-484-1268-6
Zie verder: www.freemusketeers.nl
p.s.
Willem van Lit is een van de initiatiefnemers van Bedrijvenplatform Milieu (BPM) op Curaçao, samen met Karel Tujeehut die nu voorzitter is, Tim van den Brink van Ecovision, Ottie Martina (net als Tujeehut van Aqualectra) en John Amarica (Selikor). Momenteel zijn er 43 bedrijven aangesloten bij BPM dat op zijn beurt lid is van de wereldberoemde en invloedrijke World Business Council for Sustainable Development (WBCSD). Ze werken samen aan een duurzame ontwikkeling van het eiland. BPM viert in november haar eerste lustrum.

zondag 1 juli 2012


Smokkelwaar (in acht kwatrijnen)

Ik laat me graag een keer door jou fouilleren
en zoeken op het lijf en in mijn kleren
naar contrabande die je niet passeren laat.
Ik zal me bij gelegenheid ook niet verweren.

Je denkt dat ik hier weg ga en je wil ontlopen,
ik spullen van je heb die ik dan ga verkopen.
Je zegt, je wil me onderzoeken aan den lijve.
Tast toe want ik blijf stil en stel me voor je open.

Ik sta gereed; je kunt erbij, ik laat me visiteren.
Eens kijken wat je vindt, dan kan ik reageren.
Misschien heb ik nog wat vergeten aardigheden
die jij bij mij vergaart, verbruikt en gaat verteren.

Je mag mijn armen spreiden, handen recht naar voren,
een muur als steun, mijn evenwicht dan schier verloren,
de vingers ver uiteen, de voeten staan wat wankel
uit elkaar geplaatst, je stem heel dringend in mijn oren.

Oké, kom staan, ik wil dan nu hier bovenaan beginnen,
je kraag, de buitenkant en zo ook nog naar binnen,
even voelen of ik in de randen soms iets raars kan vinden.
Heb je ’t soms verborgen op een plek die ik niet kan verzinnen?

Armen hoog; ik ga vanaf je schouders naar beneden,
de oksels, langs je borst, maar geen handtastelijkheden.
Je rug dan nog, je heupen langs je benen naar je voeten
Wat voel ik hier? Ha, toch nog wél wat ongerechtigheden!

Of wacht … het zijn bevalligheden die je aan mijn ogen
hebt onttrokken; dat heb je dan heel knap weloverwogen
en gedurfd gedaan opdat mijn handen het ontdekken zouden,
expres, vooropgezet; dat zie ik aan je dwaze twinkelogen.

Je wilde me verlokken met suggesties en met grappen,
dat ik je zou verbieden weg te gaan en op te stappen.
Ik moest je wel betasten op intieme zaken en op delen,
het is met veel plezier gedaan: dat ik je kon betrappen.

maandag 14 mei 2012

HET CARIBISCH GEBIED: MYTHEN VAN SCHOONHEID EN SCHAAMTE

Lezing Willem Van Lit

op woensdag 27 maart in het raadhuis te Lommel



Een fascinerend verhaal in een oogverblindend decor
“Welkom in de Cariben, schat”, roept kapitein Jack Sparrow in de film The Pirates of the Caribbean tegen Elisabeth Swann. Het klinkt scherp en uitdagend, maar het is verre van geruststellend. Het Caribische gebied heeft sinds Columbus een bijna bovenzinnelijke bezetenheid ontlokt aan Europese ontdekkers, veroveraars, waaghalzen en handelaars van allerlei allooi. Velen zochten er Eldorado, de Gouden Man. Deze Europese veroveringsdrang heeft in een sfeer van extase voor veel andere volkeren een heel ingrijpend effect gehad: Caribische volkeren (door Europeanen steevast foutief aangeduid als indianen) kwamen op en over de rand van vernietiging. Deze mix van pioniers, onderdrukking en geweld heeft geleid tot een fascinerend verhaal in een oogverblindend decor: een sprankelende zee, dromerige stranden en weelderigheid van fauna en flora.
Willem van Lit brengt dit relaas van bezetenheid, ellende en pure schoonheid, dat tot op heden nog steeds zichtbaar en voelbaar is. Hij voert u mee in de magie van verhalen, mythen en verleiding. Willem, die zelf vijf jaar op een Caribisch eiland woonde en werkte, heeft zijn ervaringen met het gebied en de mensen vastgelegd in twee boeken. Momenteel werkt hij aan zijn derde boek Cariben, laten we het onmogelijke vragen, dat hij tijdens deze lezing voor het eerst presenteert.
i.s.m. Openbare Bibliotheek

donderdag 10 mei 2012

Kwatrijnen 1 t/m 9



En als hij nu terugkomt, wat moet ik hem dan vragen,
hoe kan ik onder drang de dreiging in zijn blik verdragen,
de mensen spreken van zijn komst, en zijn dat dan geruchten,
of maak ik mij gereed voor hem, zijn vuur en donderslagen?

..........

Het is technisch weer en nodig tijd voor onderhoud.
We harken zuchtend bladeren en we zagen kachelhout.
We moeten wel; het leven is een lastig tijdverdrijf.
We maken werk van het bestaan en worden vegend oud.

..........

 
Het zoete leven

Zou kunnen spreken van een zwermend speels bestaan
met dansen rond de honingpot in eigenwaan,
een aangenaam en luchtig treffend zoet vermaak
gedrenkt, gedoopt, genopt en straal ontdaan.

..........

 
Hij schrijft zichzelf in klad gewrocht en voor de vuist
en spatelspat verwachting weg als koude pap.
Omzeilt de vuilnisbakbepaling als onjuist,
betrapt het goed begrip geformuleerd als ginnegap

..........

Voortgang 

De worm van tijd verteert gestaag in mij
gewelven voor de ruimte van de waan.
Zo groeit de eigenliefde in de holte aan:
delirium zonder grenzen, nijd als razernij.

..........

Speurt over alle hoogtepunten heen
de rust die wacht en pakt dan weer meteen
de snelheid na het schielijk dalen voor
de aanloop helling óp zoals voorheen.

..........

Gegist bestek

Logt de woorden op hun snelle vaart,
peilt betekenis op zijn juiste aard
en laat zich naar momenten drijven
helder, uitgepikt en onvervaard.

..........

 
Schrijft in zijn momentopnames
geen wervende reclames
maar beduidt de flukse gang
van knap charmante dames.

............

Lotgevallen


Trekt parmantig de registers open
oliet de transmissie, poetst de knopen
let op kieren en verjaagt de roeken
gaat bevallig in de lommer lopen.

..........