(wie zou – vanzelfsprekend – zo’n gedicht willen
ontvangen om uit te delen, te vernietigen of te koesteren)?
Ik krijg je niet.
De woorden van verrukking
blijven achter
terwijl je op je tenen voor me staat,
aanhaalt en je uitrekt in
een nuchter groeten,
vluchtig strijkt en mijn geuren
in je ophaalt.
Lach maar, sleur me mee.
Spreid me rond de fraaie lijnen
van verhalen, die je voor je houdt,
en die ontsnappen aan de fijn
gezeefde geest, bedachtzaamheid
waarin verlokking welt in
veel te lang gebruikte woorden,
die verlaten zijn, fantoompijn
van behagen, dralend in de fantasie.
Zoals je rode schoenen past,
rozetten op de hakken,
arabesken langs de wreef en
die me volgen, volg
dan ik je stappen, luister naar de tred.
Chocola en sinaasappel, druif.
Daarin schuil ik met verstomming,
dwaas bedeesd.
Je draait je om en showt,
terwijl ik naar mijn handen zoek en
jij je uitstrekt voor me, dwaal ik,
vind ik handen die je kunnen strelen,
armen om te reiken,
huid voor huiver met de lippen op te halen.
zondag 19 september 2010
zondag 22 augustus 2010
Cuba, een nieuw begin
Eind 2009 ondernamen twee mannen uit Bonaire een buitengewoon opmerkelijke tocht. Gedurende 50 dagen zijn zij te voet of met plaatselijk vervoer over Cuba getrokken. Op deze manier kwamen ze dagelijks heel eenvoudig in contact met de plaatselijke bevolking. Michiel Bijkerk en Cirilo Batista Vazquez wilden het dagdagelijkse leven op een bijzonder eiland ervaren. Ze wilden ook in gesprek komen met de mensen op straat. In het boek - “Cuba, a New Beginning” of in het Spaans “Cuba, un Nuevo Comienzo” – dat ze daarover schreven, is dit avontuur te lezen. U kan het gratis downloaden bij www.arcocarib.com .
Het motief voor deze tocht berust op het volgende:
• Het Caribische gebied is momenteel enorm in ontwikkeling. Dit heeft te maken met de politieke, sociaaleconomische en ecologische situatie in het gebied. Cuba is het eiland met een sleutelrol in het gebied en de politieke situatie is sinds de ziekte van Castro aan het veranderen.
• Het Caribische gebied speelt een sleutelrol bij de uitwisseling van mensen, goederen, diensten en kapitaal tussen Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Afrika. Het is het scharnierpunt in de globalisering in dit deel van de wereld en het kan uitgroeien tot een knooppunt van wereldwijde dynamiek op heel diverse terreinen (niet alleen economisch). In feite heeft het deze functie al eeuwenlang, maar tot nu toe was deze beweging voornamelijk eurocentrisch van aard. Dat zwaartepunt verschuift langzaamaan.
• Naast het kapitalisme en het socialisme is er een derde weg voor ontwikkeling. Dat is het solidarisme. Bij het kapitalisme gaat het om de vrijheid (en het bijbehorend ongebreideld opportunisme). Bij het socialisme gaat het om de gelijkheid (met de bijbehorende verstikkende gelijkschakeling). Solidarisme is – zoals Bijkerk het ook uitdrukt – de derde belofte van de Franse revolutie. Dit idee vormt de basis voor een volledig nieuwe economische orde, die een grote invloed zal hebben op de organisatie van het maatschappelijk leven.
Bij dit zeer bijzonder verhaal met een boodschap zet ik nog een aantal persoonlijke kanttekeningen:
• Michiel Bijkerk is (door een ziekte) beperkt, waardoor hij moeilijk kan lopen en niet goed kan zien. Deze onderneming is daardoor des te opmerkelijk.
• Ik heb Michiel leren kennen via mijn eerste boek “De Caribische eilanden, het alternatief”, waarvoor hij me uitnodigde om een tweetal lezingen op Aruba en Bonaire te houden in augustus 2009. In dit boek zijn ideeën neergelegd die deels parallel lopen met de gedachten van Michiel. Deze overeenkomst is niet bewust tot stand gekomen. Ik heb pas van zijn ideeën gehoord toen mijn boek al uit was.
• “Cuba, a New Beginning” heeft ook een sterk spirituele onderlaag. Vooral in Nederland zijn we dit niet meer gewend. Het idee van de derde weg, het solidarisme of – zoals het ook wel wordt genoemd – de binaire economie kan ook heel goed begrepen worden zonder die spirituele onderlaag. Ikzelf ben niet gelovig en ik heb heel weinig affiniteit met spiritualiteit. Toch kan ik – vanuit mijn eigen perceptie van de rede – achter het idee staan van het solidarisme.
Nogmaals: het boek is gratis te downloaden van www.arcocarib.com . U vindt daar tevens een online magazine in vier talen met diverse inspirerende artikelen over maatschappelijke aangelegenheden in het Caribische gebied en (nog) de eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Het motief voor deze tocht berust op het volgende:
• Het Caribische gebied is momenteel enorm in ontwikkeling. Dit heeft te maken met de politieke, sociaaleconomische en ecologische situatie in het gebied. Cuba is het eiland met een sleutelrol in het gebied en de politieke situatie is sinds de ziekte van Castro aan het veranderen.
• Het Caribische gebied speelt een sleutelrol bij de uitwisseling van mensen, goederen, diensten en kapitaal tussen Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Afrika. Het is het scharnierpunt in de globalisering in dit deel van de wereld en het kan uitgroeien tot een knooppunt van wereldwijde dynamiek op heel diverse terreinen (niet alleen economisch). In feite heeft het deze functie al eeuwenlang, maar tot nu toe was deze beweging voornamelijk eurocentrisch van aard. Dat zwaartepunt verschuift langzaamaan.
• Naast het kapitalisme en het socialisme is er een derde weg voor ontwikkeling. Dat is het solidarisme. Bij het kapitalisme gaat het om de vrijheid (en het bijbehorend ongebreideld opportunisme). Bij het socialisme gaat het om de gelijkheid (met de bijbehorende verstikkende gelijkschakeling). Solidarisme is – zoals Bijkerk het ook uitdrukt – de derde belofte van de Franse revolutie. Dit idee vormt de basis voor een volledig nieuwe economische orde, die een grote invloed zal hebben op de organisatie van het maatschappelijk leven.
Bij dit zeer bijzonder verhaal met een boodschap zet ik nog een aantal persoonlijke kanttekeningen:
• Michiel Bijkerk is (door een ziekte) beperkt, waardoor hij moeilijk kan lopen en niet goed kan zien. Deze onderneming is daardoor des te opmerkelijk.
• Ik heb Michiel leren kennen via mijn eerste boek “De Caribische eilanden, het alternatief”, waarvoor hij me uitnodigde om een tweetal lezingen op Aruba en Bonaire te houden in augustus 2009. In dit boek zijn ideeën neergelegd die deels parallel lopen met de gedachten van Michiel. Deze overeenkomst is niet bewust tot stand gekomen. Ik heb pas van zijn ideeën gehoord toen mijn boek al uit was.
• “Cuba, a New Beginning” heeft ook een sterk spirituele onderlaag. Vooral in Nederland zijn we dit niet meer gewend. Het idee van de derde weg, het solidarisme of – zoals het ook wel wordt genoemd – de binaire economie kan ook heel goed begrepen worden zonder die spirituele onderlaag. Ikzelf ben niet gelovig en ik heb heel weinig affiniteit met spiritualiteit. Toch kan ik – vanuit mijn eigen perceptie van de rede – achter het idee staan van het solidarisme.
Nogmaals: het boek is gratis te downloaden van www.arcocarib.com . U vindt daar tevens een online magazine in vier talen met diverse inspirerende artikelen over maatschappelijke aangelegenheden in het Caribische gebied en (nog) de eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba.
donderdag 19 augustus 2010
De overdenking
Hij verwerkt de tijd
op kladblokvellen,
deelt de ruimte in
naar vragen die uit
armaturen tuimelen.
Hij formuleert gewelven,
suggesties voor de ranke charme
die als ramen, glas in lood
gebonden,
kleurgestalten spannen.
Alles blijft secuur gekromd:
tijd, ruimte en het licht.
op kladblokvellen,
deelt de ruimte in
naar vragen die uit
armaturen tuimelen.
Hij formuleert gewelven,
suggesties voor de ranke charme
die als ramen, glas in lood
gebonden,
kleurgestalten spannen.
Alles blijft secuur gekromd:
tijd, ruimte en het licht.
vrijdag 30 juli 2010
Onderlinge voorzorg
Bestaat er een genootschap
waar de leden in het geheim
de woede als geschenken delen,
waar men schaamte wekt
die op de zindering vernedering verhit?
Is er zo’n gemeenschap –
gemak oh zaligheid, genot –
waarin men met een furie
van verzet elkaar verdoezelt
en in het geniep de rafels,
stekels boosheid in presentpapier verpakt?
Vind je ergens een vereniging
waar elke dag de prijzen van
koleire worden uitgestald en
waar de deelgenoten stiekem leven
op de bruis van manie, stroken
leggen van verontwaardiging
prikken, plakken en waar ze
pesten om belet, om huid en haar?
Wat speelt er rond zo’n
lichte vorm van leven in
een bries rancune en vileine deunen?
waar de leden in het geheim
de woede als geschenken delen,
waar men schaamte wekt
die op de zindering vernedering verhit?
Is er zo’n gemeenschap –
gemak oh zaligheid, genot –
waarin men met een furie
van verzet elkaar verdoezelt
en in het geniep de rafels,
stekels boosheid in presentpapier verpakt?
Vind je ergens een vereniging
waar elke dag de prijzen van
koleire worden uitgestald en
waar de deelgenoten stiekem leven
op de bruis van manie, stroken
leggen van verontwaardiging
prikken, plakken en waar ze
pesten om belet, om huid en haar?
Wat speelt er rond zo’n
lichte vorm van leven in
een bries rancune en vileine deunen?
zondag 18 juli 2010
Vanaf Buenos Aires tot Kaap Hoorn

Ratsmodee
de Rio Plata af.
Ik kalefater,
piep
op droge lucht, beschuit
puf ik
en alle blikken draaien,
blijven dicht.
Stoïcijnse corned beef,
Argentijns de haas
die loopt en zigzagt
heel gehaast,
paniek op
Patagoonse vlakten.
Alsof er Vuurlands bakens
te verzetten zijn.
Wat zijn we opgeknapt!
Nee maar en ook dat nog:
wat een zee dees zomer,
da’s genieten:
fijne deining!
We varen
vanaf ver voorbij
en om de zuid.
zondag 27 juni 2010
Juni
Eén penseelstreek licht
verschuift de regels van
het landschap, rijst,
verdeelt de lucht
in wolken zó de spiegels
van de zomermiddag;
hitte gruist met stiltespikkels
op het blauw de strepen mat
en over de timide zwaarte
etst hij slaap op ogen, klaar
bedrijvig loom en ronkend.
Het ritselt in de
smalle schaduw,
hommels
en een vogel schertst
hier op de trilling,
in een oogwenk
over het grasveld,
wég.
Het geelgeeuwt groen
op alle bomen,
randen vegen
lila uit de struiken;
het lijzigt en de ruis speelt
uit de dunne wind
die snuift en
rozig wankelt aandacht,
zakt in weelde om.
260610
verschuift de regels van
het landschap, rijst,
verdeelt de lucht
in wolken zó de spiegels
van de zomermiddag;
hitte gruist met stiltespikkels
op het blauw de strepen mat
en over de timide zwaarte
etst hij slaap op ogen, klaar
bedrijvig loom en ronkend.
Het ritselt in de
smalle schaduw,
hommels
en een vogel schertst
hier op de trilling,
in een oogwenk
over het grasveld,
wég.
Het geelgeeuwt groen
op alle bomen,
randen vegen
lila uit de struiken;
het lijzigt en de ruis speelt
uit de dunne wind
die snuift en
rozig wankelt aandacht,
zakt in weelde om.
260610
vrijdag 18 juni 2010
Late Ogentroost, een gedichtenbundel
Een beschouwing door Willem van Lit
Late Ogentroost
Gedichtenbundel met reproducties van schilderijen en afbeeldingen van plastieken.
Gedichten van Lisette Waterschoot en afbeeldingen van Nies van Steendam.
Uitgeverij: ’t Oneindige Verhaal, St. Niklaas, 2008.
De gedichtenbundel bestaat uit vijf delen: redenen om te verdwijnen, vrouwen, plekken om te blijven, drankjes en gedichten. Behalve bij het deel drankjes dragen de gedichten in de overgrote meerderheid namen van planten, in de meeste gevallen veldbloemen of kruiden die in onze contreien in berm en op braakliggende begroeide terreinen terug te vinden zijn.
De afbeeldingen zijn reproducties van schilderijen of van plastieken. Ze zijn in een vast patroon aangebracht: de afbeeldingen staan steeds op de linkerpagina, de gedichten rechts. Deze regelmaat is illustratief voor de prachtige eenvoud van de vormgeving. De uitgave is met enorm veel zorg en gevoel voor samenhang in verhoudingen en uitvoering vorm gegeven. De bundel is gebonden en voorzien van een harde glanskaft met op de omslag twee typische afbeeldingen van Steendam, die ook in de bundel zijn terug te vinden. De vijf delen in de bundel zijn van elkaar gescheiden door titelbladen, die aan de rechterkant van de geopende bladspiegel staan met links een effen signaalrode pagina, dat als fel schutblad contrasteert.
De titel verwijst ook naar een plant. Ogentroost (Euphrasia) is een zogenaamd halfparasiete plant, die voor zijn groei en bloei gebruikt maakt van stengels en wortels van o.a. gras. Extracten van de plant worden – zoals de naam doet vermoeden – gebruikt ter verlichting van pijnlijke of vermoeide ogen. Ik weet niet of de planten (zoals Zachte Ooievaarsbek, Rode Ganzenvoet of Gewone Smeerwortel) die onder andere voor een deel van de gedichten in de bundel als naam zijn gebruikt ook een geneeskundige of heilzame toepassing hebben. Een aantal van de drankjes (Oude Klare, Blue Curaçao of Advocaat) zal dat voor sommigen van ons mogelijk wel hebben. De titel luidt: “Late Ogentroost”. Mogelijk is dat een ondersoort van deze plantenfamilie, maar dat is nogal specifiek voor een gedichtenbundel. Het kan ook suggereren dat de toepassing van Ogentroost laat is, waardoor het duidt op een laat effect van de heilzame werking.
De flaptekst zegt dat er in de bundel een “versmelting” plaats heeft gevonden “tussen twee gelijkgestemde zielen” en dat “intuïtie en aanvoelen een bepalende rol spelen tussen de schilderes en de dichteres”. Om daarvan iets te kunnen zeggen, moet men de bundel in deze samenhang bezien. Het is moeilijk deze twee-eenheid te bespreken als men geen zicht heeft op de schilderijen van Steendam. Ik zal echter een poging wagen hiervan allereerst een beschrijving te geven.
De schilderijen hebben een figuratief-expressionistische vormgeving. Het betreft veelal vrouwenfiguren soms in combinatie met vormen van vogels. Alle figuren hebben met nadrukkelijk zwarte lijnen hun contouren gekregen. Sommige menselijke figuren hebben vleugels gekregen of pluimen, zodat mens en vogel ineen lijken te vallen. De schilderes gebruikt veel rood (dikwijls felrood), zwart, geel of felgroen met blauw om accenten aan te geven. De contrasten in de kleurstelling zijn groot, heel specifiek en ze lijken spontaan op het doek te zijn gebracht. De menselijke figuren zijn dikwijls naakten, waarbij gezichten en lichaamsdelen uitdrukkelijk zijn geschilderd: ledematen, lippen, neuzen, borsten maar ook toont Steendam in verschillende schilderingen grote rode harten. Ogen zijn zeer sprekend nadrukkelijk aanwezig. In sommige scènes heeft zij twee figuren geschilderd, die elkaar aankijken, omhelzen of in een lijfelijke pose elkaar vasthouden. Ze zijn in elkaar verstrengeld, lijken elkaar te troosten of ze zijn in zekere extase met elkaar verbonden zonder heel expliciet te worden. Ook gebruikt Steendam boom- of struikbladeren in felle contrasten bij of op de lichamen. Volgens de flaptekst zijn het afbeeldingen die “je op een zeer directe manier aanspreken”. De focus is gericht op de uitdrukkingen van de lichamen, zowel de menselijke als de vogelfiguren, expliciet en onbevangen.
Op de as van de schilderijen en de gedichten zitten verschillende punten waar de essenties van de vorm en inhoud zijn gehecht. In sommige gevallen zijn dat tegenstellingen, in andere gevallen zijn het dimensies die elkaar juist aanvullen. In feite zijn de vormen en thema’s verdeeld in vijf tegenover elkaar liggende gebieden: de eerste twee hoeken zijn de vormen van de schilderijen en de taal. Beide vullen elkaar aan. De taal die Waterschoot gebruikt, is sober, nuchter en direct. Veel zinnen bestaan uit slechts enkele woorden. De regels staan in een vrije vorm zonder veel poespas geformuleerd. Eenvoud en klaarheid in de woorden zijn de spiegelbeelden van de schilderijen van Steendam.
Drie andere hoeken van dit pentagon hebben betrekking op de inhoud, die in feite qua intensiteit contrasteren met de eenvoud van de vormgeving. Het zijn (in de meeste gevallen de) verwijzingen naar planten of drankjes, die een verbinding vormen met de intense lijfelijkheid van de inhoud van de gedichten in samenhang met het klare bewustzijn van de vrouwelijkheid. Op die driehoek speelt de inhoud van de gedichten zich af en die komt in feite ook overeen met de inhoud van de schilderijen.
“vogeltje-op-de-kruk
Een en al sluier ben ik
over zijn volumineus ontworpen lijf
dat onbescheiden is.
Drie lagen bij elkaar gegooid:
Een hoofd met zes etages
(die ik om beurt bewoon).
De romp zonder beperkingen.
Ledematen die overschatten wat hij is.
Ik flirt. Wil mij als design
dat ik leefbaar op hem leg.
Hij bewaart mijn gestes in zijn aardse laden.
Als ik de buffetkast afstof
voel ik hoe hij rilt”.
In dit gedicht komen de genoemde elementen terug. Het vogeltje-op-de-kruk is een kleine plant die in het voorjaar uitbundig kan bloeien. Het gedicht is in feite ál lijfelijkheid, dat op een sensuele kracht in eenvoudige zinnen zijn inhoud krijgt. De dichteres ontspint een spel van behagen tegenover de man.
Het thema van het lijfelijke bewustzijn komt in sommige gedichten op opgewekte – soms zelfs bruisende – toon en vrolijk terug, dan is ze weer bevallig of zoekt ze innig behagen, maar ook wil de dichteres de rust en de geborgenheid benadrukken; de liefde die zij wil vieren. Vergelijk onder andere de passages in de volgende gedichten.
Uit: “Lepel advocaat”
(…)
‘Neem mij.
Duw me tot de rand.
Spaar wat ik verkwist.
Bemin de droogte van
de oeverloze stroom.
En weet:
dit is dit’”.
De geborgenheid zit bij Waterschoot dikwijls in het water en de duisternis; het licht brengt verwarring.
Uit: “Juffertje in ‘t groen”
“In dit en vorig huis
met meer dan vier hoeken
in bekende en onbekende kamers
met meer dan drie afmetingen
woont een vissenkind.
Elke avond tovert ze de muren waterdicht
zet alle kranen open
(…)
trekt bij zonsopgang de vloed weer weg”.
Tegenover overgave staat ook passie en dit tekent ze met woorden soms tot in detail, zoals
Uit: “Egelskop”
“(…)
Haartjes trillen op mijn arm.
Vingers knikken in elk lid.
En mijn pols, mijn pols ligt bovenop
de rand”.
Een strenge vorm en strak metrum ontbreken. Het zijn vormvrije verzen. Toch oogt het in de nuchtere en directe stijl van taalgebruik en de consequente indeling van afbeelding en gedicht streng met een afgemeten ritme in de opeenvolging. In zichzelf zijn de gedichten tevens op intuïtie geschreven met de voor mij opmerkelijke verbinding tussen plant of drankje en de passie of de geborgenheid van de betekenissen. En juist hier krijg je als lezer een associatie van de frêle duiding; je ervaart de kwetsbaarheid van de vaak onbeduidende planten in een draaiing tot de inhoud van de gedichten: het lijfelijke, de rust, de zoektocht naar bevalligheid of juist het bruisende van de opwinding. Toch verbonden en geworteld in een vaste bodem, die geduld uitdrukt.
Uit: “Slaapmutsje”
(…)
Kleuren die ik heftig uitstrijk over dagen
om ze zacht te maken.
Ik neurie
Toon elke herinnering in de gratie van een lichaam
Dat ik betast, bekras met nagels, rimpels, bulten
Gevuld met mededogen”.
Hoe staat dit “ik neurie” tussen deze strofen in: als scheidsrechter bijna, strak en klaar een rustpunt om het humeur scherp te laten zien. Het getuigt van soberheid, maar het verbindt de daden uit de twee strofen: het heftig uitstrijken in opgewekte stemming met de gratie die de dichteres wil laten zien, tot in het bultige en lelijke van het lijf, dat mededogen verdient.
Het is een bundel voor een ontdekkingstocht in het landschap van rust, vrouwelijke energie, verliefdheid, geborgenheid en het is een reflectie op kordate gewaarwording van de wil bijzonder te zijn: in woord en beeld.
De bundel is te verkrijgen via:
Boekhandel ‘t Oneindige Verhaal
Stationsstraat 68
St. Niklaas
België
Late Ogentroost
Gedichtenbundel met reproducties van schilderijen en afbeeldingen van plastieken.
Gedichten van Lisette Waterschoot en afbeeldingen van Nies van Steendam.
Uitgeverij: ’t Oneindige Verhaal, St. Niklaas, 2008.
De gedichtenbundel bestaat uit vijf delen: redenen om te verdwijnen, vrouwen, plekken om te blijven, drankjes en gedichten. Behalve bij het deel drankjes dragen de gedichten in de overgrote meerderheid namen van planten, in de meeste gevallen veldbloemen of kruiden die in onze contreien in berm en op braakliggende begroeide terreinen terug te vinden zijn.
De afbeeldingen zijn reproducties van schilderijen of van plastieken. Ze zijn in een vast patroon aangebracht: de afbeeldingen staan steeds op de linkerpagina, de gedichten rechts. Deze regelmaat is illustratief voor de prachtige eenvoud van de vormgeving. De uitgave is met enorm veel zorg en gevoel voor samenhang in verhoudingen en uitvoering vorm gegeven. De bundel is gebonden en voorzien van een harde glanskaft met op de omslag twee typische afbeeldingen van Steendam, die ook in de bundel zijn terug te vinden. De vijf delen in de bundel zijn van elkaar gescheiden door titelbladen, die aan de rechterkant van de geopende bladspiegel staan met links een effen signaalrode pagina, dat als fel schutblad contrasteert.
De titel verwijst ook naar een plant. Ogentroost (Euphrasia) is een zogenaamd halfparasiete plant, die voor zijn groei en bloei gebruikt maakt van stengels en wortels van o.a. gras. Extracten van de plant worden – zoals de naam doet vermoeden – gebruikt ter verlichting van pijnlijke of vermoeide ogen. Ik weet niet of de planten (zoals Zachte Ooievaarsbek, Rode Ganzenvoet of Gewone Smeerwortel) die onder andere voor een deel van de gedichten in de bundel als naam zijn gebruikt ook een geneeskundige of heilzame toepassing hebben. Een aantal van de drankjes (Oude Klare, Blue Curaçao of Advocaat) zal dat voor sommigen van ons mogelijk wel hebben. De titel luidt: “Late Ogentroost”. Mogelijk is dat een ondersoort van deze plantenfamilie, maar dat is nogal specifiek voor een gedichtenbundel. Het kan ook suggereren dat de toepassing van Ogentroost laat is, waardoor het duidt op een laat effect van de heilzame werking.
De flaptekst zegt dat er in de bundel een “versmelting” plaats heeft gevonden “tussen twee gelijkgestemde zielen” en dat “intuïtie en aanvoelen een bepalende rol spelen tussen de schilderes en de dichteres”. Om daarvan iets te kunnen zeggen, moet men de bundel in deze samenhang bezien. Het is moeilijk deze twee-eenheid te bespreken als men geen zicht heeft op de schilderijen van Steendam. Ik zal echter een poging wagen hiervan allereerst een beschrijving te geven.
De schilderijen hebben een figuratief-expressionistische vormgeving. Het betreft veelal vrouwenfiguren soms in combinatie met vormen van vogels. Alle figuren hebben met nadrukkelijk zwarte lijnen hun contouren gekregen. Sommige menselijke figuren hebben vleugels gekregen of pluimen, zodat mens en vogel ineen lijken te vallen. De schilderes gebruikt veel rood (dikwijls felrood), zwart, geel of felgroen met blauw om accenten aan te geven. De contrasten in de kleurstelling zijn groot, heel specifiek en ze lijken spontaan op het doek te zijn gebracht. De menselijke figuren zijn dikwijls naakten, waarbij gezichten en lichaamsdelen uitdrukkelijk zijn geschilderd: ledematen, lippen, neuzen, borsten maar ook toont Steendam in verschillende schilderingen grote rode harten. Ogen zijn zeer sprekend nadrukkelijk aanwezig. In sommige scènes heeft zij twee figuren geschilderd, die elkaar aankijken, omhelzen of in een lijfelijke pose elkaar vasthouden. Ze zijn in elkaar verstrengeld, lijken elkaar te troosten of ze zijn in zekere extase met elkaar verbonden zonder heel expliciet te worden. Ook gebruikt Steendam boom- of struikbladeren in felle contrasten bij of op de lichamen. Volgens de flaptekst zijn het afbeeldingen die “je op een zeer directe manier aanspreken”. De focus is gericht op de uitdrukkingen van de lichamen, zowel de menselijke als de vogelfiguren, expliciet en onbevangen.
Op de as van de schilderijen en de gedichten zitten verschillende punten waar de essenties van de vorm en inhoud zijn gehecht. In sommige gevallen zijn dat tegenstellingen, in andere gevallen zijn het dimensies die elkaar juist aanvullen. In feite zijn de vormen en thema’s verdeeld in vijf tegenover elkaar liggende gebieden: de eerste twee hoeken zijn de vormen van de schilderijen en de taal. Beide vullen elkaar aan. De taal die Waterschoot gebruikt, is sober, nuchter en direct. Veel zinnen bestaan uit slechts enkele woorden. De regels staan in een vrije vorm zonder veel poespas geformuleerd. Eenvoud en klaarheid in de woorden zijn de spiegelbeelden van de schilderijen van Steendam.
Drie andere hoeken van dit pentagon hebben betrekking op de inhoud, die in feite qua intensiteit contrasteren met de eenvoud van de vormgeving. Het zijn (in de meeste gevallen de) verwijzingen naar planten of drankjes, die een verbinding vormen met de intense lijfelijkheid van de inhoud van de gedichten in samenhang met het klare bewustzijn van de vrouwelijkheid. Op die driehoek speelt de inhoud van de gedichten zich af en die komt in feite ook overeen met de inhoud van de schilderijen.
“vogeltje-op-de-kruk
Een en al sluier ben ik
over zijn volumineus ontworpen lijf
dat onbescheiden is.
Drie lagen bij elkaar gegooid:
Een hoofd met zes etages
(die ik om beurt bewoon).
De romp zonder beperkingen.
Ledematen die overschatten wat hij is.
Ik flirt. Wil mij als design
dat ik leefbaar op hem leg.
Hij bewaart mijn gestes in zijn aardse laden.
Als ik de buffetkast afstof
voel ik hoe hij rilt”.
In dit gedicht komen de genoemde elementen terug. Het vogeltje-op-de-kruk is een kleine plant die in het voorjaar uitbundig kan bloeien. Het gedicht is in feite ál lijfelijkheid, dat op een sensuele kracht in eenvoudige zinnen zijn inhoud krijgt. De dichteres ontspint een spel van behagen tegenover de man.
Het thema van het lijfelijke bewustzijn komt in sommige gedichten op opgewekte – soms zelfs bruisende – toon en vrolijk terug, dan is ze weer bevallig of zoekt ze innig behagen, maar ook wil de dichteres de rust en de geborgenheid benadrukken; de liefde die zij wil vieren. Vergelijk onder andere de passages in de volgende gedichten.
Uit: “Lepel advocaat”
(…)
‘Neem mij.
Duw me tot de rand.
Spaar wat ik verkwist.
Bemin de droogte van
de oeverloze stroom.
En weet:
dit is dit’”.
De geborgenheid zit bij Waterschoot dikwijls in het water en de duisternis; het licht brengt verwarring.
Uit: “Juffertje in ‘t groen”
“In dit en vorig huis
met meer dan vier hoeken
in bekende en onbekende kamers
met meer dan drie afmetingen
woont een vissenkind.
Elke avond tovert ze de muren waterdicht
zet alle kranen open
(…)
trekt bij zonsopgang de vloed weer weg”.
Tegenover overgave staat ook passie en dit tekent ze met woorden soms tot in detail, zoals
Uit: “Egelskop”
“(…)
Haartjes trillen op mijn arm.
Vingers knikken in elk lid.
En mijn pols, mijn pols ligt bovenop
de rand”.
Een strenge vorm en strak metrum ontbreken. Het zijn vormvrije verzen. Toch oogt het in de nuchtere en directe stijl van taalgebruik en de consequente indeling van afbeelding en gedicht streng met een afgemeten ritme in de opeenvolging. In zichzelf zijn de gedichten tevens op intuïtie geschreven met de voor mij opmerkelijke verbinding tussen plant of drankje en de passie of de geborgenheid van de betekenissen. En juist hier krijg je als lezer een associatie van de frêle duiding; je ervaart de kwetsbaarheid van de vaak onbeduidende planten in een draaiing tot de inhoud van de gedichten: het lijfelijke, de rust, de zoektocht naar bevalligheid of juist het bruisende van de opwinding. Toch verbonden en geworteld in een vaste bodem, die geduld uitdrukt.
Uit: “Slaapmutsje”
(…)
Kleuren die ik heftig uitstrijk over dagen
om ze zacht te maken.
Ik neurie
Toon elke herinnering in de gratie van een lichaam
Dat ik betast, bekras met nagels, rimpels, bulten
Gevuld met mededogen”.
Hoe staat dit “ik neurie” tussen deze strofen in: als scheidsrechter bijna, strak en klaar een rustpunt om het humeur scherp te laten zien. Het getuigt van soberheid, maar het verbindt de daden uit de twee strofen: het heftig uitstrijken in opgewekte stemming met de gratie die de dichteres wil laten zien, tot in het bultige en lelijke van het lijf, dat mededogen verdient.
Het is een bundel voor een ontdekkingstocht in het landschap van rust, vrouwelijke energie, verliefdheid, geborgenheid en het is een reflectie op kordate gewaarwording van de wil bijzonder te zijn: in woord en beeld.
De bundel is te verkrijgen via:
Boekhandel ‘t Oneindige Verhaal
Stationsstraat 68
St. Niklaas
België
Abonneren op:
Posts (Atom)